maandag 6 december 2010

Phnom Penh



Vuil, stinkend, druk, luid... Phnom Penh voldoet vlotjes aan alle voorwaarden van een typische Aziatische grootstad. Geweldig leuk dus. De busrit naar de hoofdstad verloopt niet echt proper, zowat iedereen rond ons begint spontaan over te geven ook al is er amper een bocht in het parcours. We zitten vlak voor de achterbank, waar de arme plattelandsbevolking meestal met z'n twaalven op 6 zetels samenhokt. Het is dweilen met de kraan open.
We logeren in een hotelletje mèt zwembad pal in het centrum dat zonder de verbouwingen aan de huizen links en rechtover en het trouwfeest aan de rechterzijde wellicht omschreven kan worden als "een oase van rust" in het drukke centrum. Trouwfeesten worden in Cambodja op straat gevierd, men huurt een soort feestelijke nadarafsluiting, een toren luidsprekers, blokkeert de halve straat en viert drie dagen en nachten. Enkel de best getrainde nonkels halen de finish.
Bij Phnom Penh hoort ook een bezoek aan Tuol Sleng, de Rode Khmer gevangenis en de Killing Fields die een eindje buiten het centrum liggen. Massavernietiging geïnspireerd op het idiote maatschappijbeeld van Pol Pot.





We leren in het hotel een Amerikaans gezin kennen. Ze knijpen er ook een half jaar tussenuit, maar trekken niet rond. Ze huren een huis in Thailand vanwaar ze regelmatig grote uitstappen maken. Ze zijn bevriend met een Amerikaanse archeoloog die lesgeeft aan de universiteit van Phnom Penh. Samen maken we een tocht naar een afgelegen tempel, de inventarisering van tempel en omgeving zijn zowat het levenswerk van archeoloog Kyle. Een kruising tussen Harrisson Ford uit 'Raiders of the lost ark' en Crocodile Dundeé. Om vier uur 's ochtends uit de veren om twee uur later de geweldig stijle trappen van Phnom Chisor te beklimmen. De hele omgeving ligt bezaaid met potscherven uit zowat elke denkbare periode, van ijzertijd tot zeventiende eeuws Chinees porselein. Een Walhalla voor archeologen. Op de terugweg stoppen we opnieuw aan de Killing Fields, de hele site blijkt een eeuwenoud pottenbakkerscentrum geweest te zijn. Zeer vreemd, tijdens ons eerste bezoek zagen we alleen de kledingresten en botfragmenten die nog steeds naar boven komen, nu zien we massa's duidelijk herkenbare potscherven, geen toerist die ze ziet. Het is maar met welke bril je kijkt.










We trekken verder richting zuidoosten, binnen enkele dagen verloopt ons Cambodjaans visum en moeten we de grens met Vietnam over. In het kleine badstadje Kep bereiden we ons voor op het vierde land dat we door zullen reizen.

Geen opmerkingen: