Onze eerste stop in het noorden was Louang Nam Tha, een provincie"stad" in het noordwesten van het land.
Hier voel je meteen het verschil met Thailand: enkel de hoofdwegen zijn geasfalteerd, in de dorpen leven de mensen in bamboe hutjes, een waterpomp in een centrale plaats in het dorp. Mensen hebben niet veel, maar echte armoede zien we niet. De Laotianen zijn ongelofelijk vriendelijk, ze zwaaien en groeten spontaan. Ook al voel je de vooruitgang in het land, vaak zitten we in een andere wereld. Fototoestel in de ene hand, zwaaien naar de mensen met de andere.
In een dorpje stappen we naar een schooltje. De leraar Engels leidt ons met plezier rond, hem verstaan is iets moeilijker. De kinderen van de school houden zichzelf bezig, het lerarenkorps is druk in de weer met een spelletje petanque, een erfenis van de Fransen.
Als we met de brommer in een dorpje aankomen verzamelen wat mensen zich rond de "falangs", de vreemde bezoekers. Bij gebrek aan speelgoed, dat kom je hier amper tegen, spelen de kinderen met een reuzetor die ze als huisdier aan een touwtje binden.
Cel en Roos houden zich geweldig goed. Kinderen stappen blijkbaar wat makkelijker over een beetje gebrek aan comfort. We beslissen om door te reizen naar Muang Ngoi Neua, een klein dorpje in het noorden.
Om reisdagen voor de kinderen wat draaglijk te maken beperken we busritten meestal tot 4 uur. Meer dan genoeg, want een reisdag start met het pakken van de rugzakken, transport naar de bushalte, de busrit en aangekomen de zoektocht naar een slaapplaats. In Laos weet je ook nooit wanneer een bus vertrekt, je weet enkel dat ze niet op tijd zal vertrekken. In het beste geval vertrekt ze met een half uur vertraging. Het vertrekuur leren we snel is het uur dat je in het busstation moet zijn, de rest is onzeker... alles went.
We zullen twee en een halve dag moeten reizen om een goeie tweehonderd kilometer af te leggen, de "hoofdweg" van west naar oost is vaak nog een veredelde veldweg. De Laotianen zijn niet echt opgewassen tegen hun eigen hobbelwegen, iedere busreis zijn er wel enkele die zich helemaal overgeven aan het bij vertrek uitgedeelde kotszakje.
Hier staan we dan, gedropt in Nong Khiaw, een dorpje waar we één nachtje willen blijven om de volgende ochtend de boot te nemen naar Muang Ngoi Neua. Een dorpje met een vierhonderdtal inwoners, enkel te bereiken via het water. Slaapplaatsen blijken in Nong Khiaw beperkt tot bamboe hutjes. 3 euro voor een hut vol spleten en gaten, iets wat we in de tropen liever vermijden, maar er is geen andere optie.
Na een tocht van een uur op een smalle rivierboot valt het leven stil. Muang Ngoi Neua, een dorp met één aarden weg, geen auto's, geen brommers, zelfs geen fietsen, 3 uur per dag elektriciteit, opgewekt met generatoren tussen zeven en tien uur 's avonds. Geïsoleerd van de wereld door een bergachtig landschap.
Een tableau vivant uit een andere eeuw onder een glazen stolpje, neergepoot in een schitterend decor. We vinden een slaapplek in het enige stenen guesthouse van het dorp, weg van de ratten die de nachtrust verstoren. Eenvoudige kamers, één handdoekje voor twee personen, de was gebeurt immers met de hand.
Als om tien uur de generatoren één voor één uitgaan valt de nacht als een deken over het dorp. Voor ons lichtvreters een onwezenlijke ervaring, het hele dorp is zwart als roet, de strerrenhemel klaart op.
Als we na drie dagen via Nong Khiaw naar Luang Prabang reizen zien we de keerzijde van dit geïsoleerde leven. De bus, eigenlijk een open wagen met grote laadbak waar twee rijen bankjes instaan wordt volgepropt met mensen en een verdwaalde eend. Nadat we met vereende krachten het busje mee in gang duwen en we denken dat we het gekste nu ongeveer achter de rug hebben stoppen we aan het lokale ziekenhuis. Ziekenhuis is ruim overdreven, want voor echte medische hulp moet je naar Luang Prabang. Niet met de ambulance, maar blijkbaar met de bus, want een jongeman die dringend naar het ziekenhuis moet wordt, voorzien van een baxter, in ons inmiddels redelijk krap geworden laadruim geschoven.
De jongeman zal op een houten stoeltje 3 uur bus uitzingen. Als je in Muang Ngoi Neua ziek wordt dan moet je één uur met de boot en 3 uur met de bus, voor je echte medische hulp vindt. En dan nog een een ziekenhuis waar wij als westerlingen liever niet terecht komen.
1 opmerking:
Machtig mooie foto's, Ja jongens, ik begin toch wat loers te worden zulle
De tempels lijken wel een beetje op reusachtige slagroomtaarten, met een klein lepeltje zou men der een tijdje zoet mee zijn
Vele groetjes en blijf ulle amuseren
Johan
Een reactie posten