donderdag 10 februari 2011

Een andere wereld:

Na een maandje blog-afkicken zijn we terug online. De overheid in Myanmar houdt niet van al te veel vrijheid van meningsuiting dus alle blogsites worden systematisch geblokkeerd. Sinds vanmiddag zitten we op een Thais strand in Kho Lanta. Nog negen dagen subtropisch zwemplezier en drie dagen Bangkok voor we terug naar Zaventem vliegen. We maken ons eigen wijs dat het einde nog lang niet in zicht is. Hieronder 27 dagen Myanmar in een notendop:

Het is donker als we aan de luchthaven van Yangon, na verbazend vlotte douaneformaliteiten, op straat staan. Opgelucht, want na een zenuwslopende procedureslag voor een visum in de ambassades van Pnohm Penh, Hanoi en uiteindelijk Bangkok hadden we bijna de hoop opgegeven om het land binnen te geraken. Sinds de schijnverkiezingen van eind vorig jaar maken heel wat ambassades het erg moelijk om een visum te bemachtingen. Je mag het al helemaal vergeten als je op de redactie van een nieuwszender werkt. Vandaar ben ik sinds een maandje officiëel, gestaafd met de nodige documenten met indrukwekkende stempels, boekhouder van een niet verder bij naam genoemd grafisch bedrijf met hoofdzetel in Antwerpen.
Enkele gerokte jongens, in Myanmar dragen ook mannen een rok, van het guesthouse wachten ons op. In een aftands busje rijden we naar ons al even aftandse guesthouse, maar de ontvangst is meer dan vriendelijk. Zo hartelijk, dat ik me even afvraag of het personeel het cliché van de vriendelijke Birmese bevolking extra in de verf wil zetten. Als we even later in de miljoenenstad op straat slenteren blijkt, zoals vaak, het cliché redelijk dicht bij de waarheid te staan. Langs de grauwe, vuile en drukke straten niets dan lachende en groetende gezichten.





De toeristische infrastructuur, merken we snel, is redelijk klein in Myanmar. Zeker die voor onafhankelijke reizigers, het guesthouse stroomt dan ook iedere dag snel vol. Informatie over reisroutes transport en de nodige vergunningen is schaars en wordt dan ook gretig uitgewisseld.
We blijven twee nachten in Yangon, een stad die ons wel ligt. Nochthans een bestemming die heel wat reizigers zo snel mogelijk willen verlaten. Net zoals veel mensen niet snel genoeg uit Ho Chi Minh kunnen vertrekken terwijl wij er ons perfect thuis voelden.
We nemen de nachtbus naar Mandalay, de tweede grootste stad. We bereiden ons voor op een woelige rit over een bochtig parcours, maar de snelweg tussen Yangon en Mandalay blijkt een mooi staaltje van dictatoriale bouwkunst. De tolweg die wellicht met de hulp van de nodige dwangarbeid is aangelegd is in perfecte staat.
Na enkele uren rijden knalt er plots een projectiel op de bus, op amper een meter van Roos. De chauffeur keert de bus en rijdt, tegen het verkeer in, enkele honderden meters terug. Met zaklampen speuren chauffeur en bagagehulpjes de buurt af. Blijkbaar worden bussen hier wel vaker bekogeld met stenen. Tijd is ook hier een rekbaar begrip, in beide richtingen, want om vijf uur 's morgens rijden we het stoffige busstation van Mandalay binnen, twee uur te vroeg. De bus wordt bestormd door een twintigtal taxichauffeurs op zoek naar een eerste klant.





Wie naar Myanmar reist weet dat op z'n minst een deeltje van z'n reisbudget in de handen van de generaals terechtkomt. De prijs van je visum, de toegangstickets tot historische sites zoals Bagan of Mingun. Toch kan je als je een beetje uitkijkt de geldstroom beperken. Toeristen die kiezen om naar Myanmar te komen hebben dan ook de morele plicht om dat bedrag zo klein mogelijk te houden. Door te slapen in hotels en guesthouses die geen link hebben met de overheid, door te reizen met privébusmaatschappijen, door toegangsprijzen voor historische sites zo veel mogelijk te omzeilen. Toch lukt het niet altijd. In Yangon bezoeken we de Shwedagon pagode, de beroemdste actieve tempel van het land. Aan de ingang botsen we onvermijdelijk op de ambtenaren die toeristen tussen de Birmesen uitpikken en naar het wat verborgen ticketverkooppunt loodsen. We moeten ieder vijf dollar betalen, ook de kinderen. Blijkbaar vindt de overheid dat kindjes vanaf vijf jaar al de volle pot mogen betalen. We discussiëren een tiental minuten, zonder resultaat. Geen Kyat van het geld komt bij de tempel terecht, alles gaat netjes naar de legerleiding.
In Mandalay bezoeken we enkele historische sites rond de stad, hier weten we wel aan de toegangsprijs te ontsnappen. Als we rond de grote stupa van Mingun wandelen worden we opnieuw aangesproken door een ambtenaar. Het ticket dat hij ons wil aansmeren is geldig voor het hele gebied, maar is hier wat moeilijker afdwingbaar. We zeggen vriendelijk neen, waarna we een tijdje een kat en muis spelletje met de man spelen. Door de grote tempels via de achterzijde binnen te gaan kunnen we de controle omzeilen.
Ook al beperk je het bedrag dat naar de overheid gaat, voor sommigen is het nog te veel. Ook Aung San Suu Kyi heeft in het verleden vaak opgeroepen om niet naar Myanmar te komen. Wij zijn eerder overtuigd dat de gretige generaals samen met de toeristendollars een sluipend gif hun land laten binnensijpelen. Met iedere toerist die bewust reist en contact heeft met de Birmezen groeit er een stukje internationaal bewustzijn bij de bevolking, wat vroeg of laat onvermijdelijk moet leiden tot een moment waarop de huidige staatsstructuur niet meer houdbaar is.











We zien in Myanmar opvallend veel kinderen werken. In het guesthouse in Yangon worden onze bedden opgemaakt door een jongetje, hij is amper 15 jaar. Hij komt uit een groot gezin dat op het platteland leeft, op 2 dagen varen van Yangon. Hij snakt naar wat aandacht en vertelt ons dat hij zeven dagen op zeven werkt van 5 uur 's morgens tot soms wel twaalf uur 's nachts. Hij slaapt samen met het personeel op de zolder van het guesthouse. Nog drie maanden werken en hij kan nog een keertje terug naar huis. Als we vragen of hij gelukkig is schudt hij zachtjes het hoofd.










Myanmar heeft de bedenkelijke eer om 's werelds grootste populatie slangen te herbergen. In alle maten en gewichten, waaronder een heel pak zeer giftige. Wie net zoals ons een hotelkamer op het gelijksvloers bevolkt kunnen we dan ook ten stelligste aanraden om de deur netjes gesloten te houden. Niet zoals de onze dus, terwijl Roosje en Katleen onder de douche staan glijdt er zachtjes een mooi exemplaar binnen. Een kleintje, maar blijkbaar groot genoeg om ook het personeel van het guesthouse wat nerveus te maken. Grote opluchting als een wat ouder personeelslid het beestje professioneel vangt en het blijkbaar om een lichtbruine variant gaat, enkel de donkerbruine en zwarte zijn dodelijk.






Reizigers die in Yangon landen zijn wandelende geldbuidels. In Myanmar zijn geen bankautomaten en kredietkaarten worden niet aanvaard. Het geld dat we voor één maand nodig hebben brengen we cash in dollars mee. Gelukkig is Myanmar zowat het veiligste land ter wereld. Mensen lopen hier vrolijk op straat met stapels geld. Brink's Ziegler heeft hier voorlopig nog geen toekomst. De dollars moet je omwisselen in Kyat, de munteenheid van Myanmar. Officiëel kan je dat enkel doen aan een loket van de overheid in de luchthaven van Yangon. Ik dacht even dat het kantoor gesloten was tot ik zag dat het enige personeelslid lag te slapen op enkele bureaustoelen. Geen kat denkt er dan ook aan om zijn dollars hier om te wisselen, de koers is amper een derde van de straatwaarde. Iedereen wisselt zijn geld op straat of in guesthouses. In Myanmar is de vreemde gewoonte ontstaan om enkel onberispelijk nieuwe, vlekkeloze, niet geplooide dollarbiljetten te ontvangen. Wie het land binnenkomt met z'n biljetten netjes in twee geplooid kan de eerste vlucht terug nemen. Biljetten worden eerst gekeurd, besnuffelt, betast alsof ze een goddelijke status hebben waarna je een onwaarschijnlijk dikke stapel van de meest degoutante, vuile, aan elkaar gekleefde, stinkende Kyat terug krijgt. Birmeese logica.






1 opmerking:

Anoniem zei

Hallo daar,

Eindelijk nog eens nieuws van jullie. We begonnen al te vrezen dat jullie van de aardbol verdwenen waren :-)
Geniet nog van de laatste dagen van deze prachtige en uitzonderlijke ervaring die jullie beleefden. Het was mooi om jullie te volgen doorheen de verschillende landen.
Alvast een veilige terugreis en thuiskomst toegewenst !
Tot binnenkort !


Gunther, Anja, Lars en Rani

PS D'er is er hier één serieus aan het aftellen tot wanneer Roos terugkomt ...